De duurste pensioenfout

Wie spreken, denk je, het vaakst over pensioen? Dertigers, veertiger, vijftigers of zestigers? En dan bedoel ik niet online, waar de FIRE beweging veel jonge mensen heeft aangezet tot het toewerken naar financiële onafhankelijkheid. Ik bedoel gewoon bij de gemiddelde koffietafel in gesprek met vrienden, relaties en familie. Het zijn vaak de vijftigers en zestigers, die mij vertellen dat het een belangrijk gesprekonderwerp is. Logisch natuurlijk, aangezien voor hen pensioen voor de deur staat. Wat ik dan hoor is dat het meestal niet gaat over wat je dan gaat doen, maar wat er financieel nog kan. Ze hebben een overzicht gemaakt van hoeveel AOW, lijfrentes of overige inkomsten ze waarschijnlijk ontvangen en zien dan, dat dit een stuk minder is dan wat ze nu verdienen. De vragen die dan opkomen zijn: Wat kan er nog worden gerepareerd? Hoe lang moet ik nog doorwerken? Kan ik het fysiek volhouden? Het is volgens mij heel menselijk, dat we pas in actie komen als iets echt urgent is. Aangezien geld voor velen een drijfveer is, wil ik je vandaag laten zien, wat de duurste pensioenfout is.

In de basis bestaat ieder pensioen uit financieel vermogen. Of je het nu opbouwt via een verzekeraar, fonds, woning(en), beleggingen of spaart. We leggen nu geld opzij voor later, het appeltje voor de dorst. Om voldoende zekerheid te hebben, dat je niet door je geld heen raakt, varieert een pensioenvermogen van ongeveer €500.000 tot enkele miljoenen euro’s. Stel je nu eens voor dat je geen enkel inkomen hebt, maar wel een miljoen euro op de bankrekening. Hoe lang zou jij het dan volhouden? Een pensioen kan soms wel tientallen jaren duren, waardoor we een flink bedrag nodig hebben. Het probleem, waar veel vijftigers en vooral zestigers tegenwoordig achter komen, is dat er te weinig geld en tijd is. Om deze situatie te repareren moeten mensen vaak meer geld opzijzetten dan ze nog kunnen, waardoor ze maar twee keuzes overhouden: minder uitgeven of doorwerken. Twee opties die niet echt aantrekkelijk zijn, als je je realiseert hoe kostbaar je tijd is.

Door eerder te beginnen kun je voorkomen dat je in deze financiële klem terechtkomt. Daarnaast kun je ieder jaar, dat je eerder begint, gemiddeld 3% besparen op je gehele inleg. Stel dat je een plan maakt om op een bepaalde leeftijd te kunnen stoppen met werken. Je gaat hiervoor twintig jaar lang €15.000 opzij zetten. Dit betekent dat je in totaal €300.000 inlegt. Stel nu dat je hetzelfde pensioendoel wilt bereiken in negentien jaar, in plaats van twintig jaar. Het totale bedrag, wat je nu moet inleggen, stijgt naar ongeveer €309.000. Een stijging van €9.000, oftewel 3%. Je hebt dus niet alleen minder tijd, maar je moet ook in totaal meer inleggen. Hoe dichter je bij je pensioendatum komt, des te sneller loopt het bedrag op, wat je jaarlijks moet inleggen. Er zijn hiervoor twee oorzaken. Ten eerste profiteer je door eerder te beginnen van rente op rente-effecten. De allereerste euro, die je inlegt, levert het meeste op. Daarnaast kun je steeds minder risico nemen, als je dichter bij je pensioendatum komt. Je bent dus vaak genoodzaakt met lagere rendementen te rekenen. Later starten met de opbouw van pensioen is daarom echt een verlies-verlies situatie. Het probleem met de jaarlijkse kosten van 3% ( €9.000 in mijn voorbeeld) is dat je deze niet ziet tot het te laat is. Nergens wordt dit bedrag afgeschreven. Het komt pas naar boven als je de urgentie ervaart en uitzoekt wat er voor jou nog mogelijk is. Het resultaat van vroeg beginnen is dat je letterlijk tijd koopt. Een jaar eerder beginnen betekent ook gemiddeld dat je vaak een jaar eerder kunt stoppen. Ik hoop, dat je door deze waardebrief doordrongen bent van de urgentie om niet langer uit te stellen. Ik heb daarom vorige week een nieuw e-book gelanceerd met als titel: Tien tips als je zelf wilt beslissen wanneer je kunt stoppen met werken. Je kunt deze nu gratis ontvangen via www.financialdecisioncoach.nl

Vergelijkbare berichten